Hoe een apparaat te deactiveren zonder het uit het systeem te verwijderen

Bijgewerkt op

Hoe een apparaat te deactiveren zonder het uit het systeem te verwijderen

Het kan nodig zijn om het apparaat te deactiveren als het apparaat verkeerd geïnstalleerd of geconfigureerd is, de verbinding met de hub verliest, of defect is. In dit geval zal een PRO of een gebruiker met beheerdersrechten het apparaat deactiveren totdat de oorzaak van de storing is verholpen.

Het gedeactiveerde apparaat kan geen systeemopdrachten of automatiseringsscenario's uitvoeren. De gebruikers en het beveiligingsbedrijf ontvangen geen pushmeldingen, sms-bericht of een oproep over alarmen, storingen en andere gebeurtenissen van dit apparaat. De huidige status van apparaten, zoals de verbindingsstatus met de hub of het batterijniveau, wordt nog steeds weergegeven op het tabblad Apparaten HubFilled-M.

Vereisten voor een correcte werking van de instelling

De functie om apparaten uit te schakelen wordt ondersteund door hubs met die draaien op OS Malevich 2.9 of nieuwer. Vanaf deze versies is het gebruik van Ajax-appsvereist:

iOS

Android

Desktop

Ajax Security System 2.15

Ajax PRO: Tool for Engineers 1.8

Ajax Security System 2.18

Ajax PRO: Tool for Engineers 1.8

PRO Desktop 2.6.0

Met uitzondering van hubs is deze instelling beschikbaar voor alle Ajax-apparaten, en voor bekabelde apparaten van derden die via integratiemodules op het systeem zijn aangesloten.

Permanente deactivering configureren*

  1. Open de Ajax-app en selecteer de space. Zorg ervoor dat de hub is uitgeschakeld.

  2. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  3. Selecteer het apparaat en ga naar de instellingen door op het Settings-M pictogram te klikken.

  4. Ga naar het menu Permanente deactivering en kies een van de beschikbare opties:

    • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

    • Volledig — het apparaat voert geen systeemtaken of automatiseringsscenario's uit. Het systeem negeert van dit apparaat alarmen, waarschuwingen over een lage batterij, meldingen over het openen van het deksel, verlies/herstel van communicatie met de hub, enzovoort.

    • Alleen deksel —het systeem negeert sabotagealarmen. Tegelijkertijd registreert het beveiligingssysteem andere gebeurtenissen  van het apparaat (alarmen, storingen) en stuurt deze door naar de Ajax-apps en de meldkamer.

  5. Klik op Opslaan.

  6. Herhaal de stappen 2 - 5 voor andere apparaten die uitgeschakeld moeten worden.

Wanneer gebeurtenissen van een apparaat worden in- of uitgeschakeld, ontvangen de meldkamer en gebruikers hierover een melding in de Ajax-apps.

Afhankelijk van de geselecteerde optie wordt het apparaat gemarkeerd met een pictogram:

  1. TemporaryDeactivationWholeDevice-S-red — gebeurtenissen van het apparaat zijn volledig gedeactiveerd.

  2. TemporaryDeactivationTamperRed-M — het systeem negeert het activeren van meldingen over de status van het deksel van het apparaat.

Hoe de instelling werkt

Wanneer Integriteitscontrole van het systeem is ingeschakeld in de instellingen van de hub, worden apparaten met gedeactiveerde gebeurtenissen niet meegerekend.

Als de optie Alarm met sirene als het deksel open is (hub of detector) is ingeschakeld in de instellingen van de hub, reageert de sirene niet op alarmen van het gedeactiveerde apparaat.

Hoe Ajax-apparaten werken wanneer permanente deactivering is ingeschakeld

  1. Wanneer de signaalversterkers zijn gedeactiveerd, negeert het systeem alleen hun gebeurtenissen. Detectoren die verbonden zijn via signaalversterkers werken in de normale modus.
  2. Gedeactiveerde automatiseringsapparaten voeren geen automatiseringsscenario's uit. Wanneer gedeactiveerd, slaat het apparaat de huidige status op (actief of inactief). Het is niet mogelijk om de status van het gedeactiveerde automatiseringsapparaat in de app te wijzigen.
  3. Gedeactiveerde brandmelders activeren het gekoppelde alarm van Ajax-brandmelders niet. Bij rookdetectie wordt de ingebouwde sirene van de detector geactiveerd.  
  4. De gedeactiveerde bediendelen tonen de status van het beveiligingssysteem (in-/uitgeschakeld) met een indicatie, maar voeren geen opdrachten uit.
  5. Gedeactiveerde sleutelhangers Ajax SpaceControl Jeweller en Ajax Superior SpaceControl Jeweller sturen geen opdrachten voor het in-/uitschakelen en de paniekmodus is inactief.
  6. Gedeactiveerde knoppen Button Jeweller en Superior Button Jeweller zenden geen alarmen naar de hub in de paniekmodus. In de bedieningsmodus starten ze geen automatiseringsscenario's. De gedeactiveerde DoubleButton Jeweller en Superior DoubleButton G3 Jeweller sturen geen alarmen naar de hub.

* De functie Permanente deactivering kan ervoor zorgen dat uw systeem niet voldoet aan EN 50131 of dat het voldoet aan een lagere beveiligingsklasse.

Hoe de gebeurtenissen van een apparaat eenmalig uitschakelen wanneer de beveiligingsmodus actief

Wat is de functie Alarmbevestiging en hoe deze te configureren